Stichting Behoud de Eemvallei
    contact info
 
Stichting Behoud de Eemvallei
   
 
 
 
 
 
 
 
fijne feestdagen en een gelukkig en gezond 2008

    23-09-2004 
   

Plaatsing windturbines in Eemvallei in strijd met o.a. Rijksbeleid Nationale Landschappen. Prof. Dr. G.A. Hoekveld brengt dit glashelder bij statencommissie "Ruimte en Groen" naar voren

    De stichting ‘Behoud de Eemvallei’ was door de statencommissie ‘Ruimte en Groen’ uitgenodigd om in het provinciehuis met deze commissie van gedachten te wisselen over het plan voor windturbines in de Eemvallei. Dit plan is genoemd in het Ontwerp-streekplan van de provincie Utrecht. Vandaag voerde Prof. Dr. G.A. Hoekveld namens de stichting het woord en bracht met feiten onderbouwd glashelder naar voren dat plaatsing van windturbines in strijd is met het Rijksbeleid inzake Nationale Landschappen, het Europese beleid over Vogel- en habitatbescherming en met provinciaal beleid. De plaatsing van windturbines in de Eemvallei is tevens in strijd met de Algemene Wet Bestuursrecht.

Gedachtewisseling met statencommissie

Dat u ons als stichting ‘Behoud de Eemvallei’ de gelegenheid geeft om onze bezwaren toe te lichten tegen het in het Ontwerp-streekplan op pagina 90 weergegeven voornemen om een ‘serie lijnen (2 x 6 windturbines) langs de A1 ten noorden van Baarn en Amersfoort’ op te stellen, stellen wij op hoge prijs.

Reeds op 26 januari 2004 deden wij onze Bedenkingen aan de Statengriffier toekomen. Inmiddels heeft de Toetsingscommissie MER haar advies op 2 augustus 2004 uitgebracht. Daaruit blijkt dat deze commissie een aantal bezwaren onzerzijds deelt. Dat betreft de geluidsberekeningen (Toetsingadvies pag. 9), de rangschikkingscriteria van de locaties (pag. 5) en de wegingsmethoden (pag. 7). De commissie acht ten aanzien de locatie Eemnes-Amersfoort de landschappelijke karakteristiek en structuur verkeerd ingeschat en adviseert (pag. 6) ten aanzien van de effecten voor de natuur ‘bij de locatie Eemnes-Amersfoort, voorafgaand aan de besluitvorming over deze locatie een passende beoordeling uit te voeren conform de daarvoor geldende procedures’. Ten aanzien van de overige door ons aangevoerde Bedenkingen die niet door de Toetsingscommissie aan de orde zijn gesteld menen wij dat die nog steeds geldig zijn, al zullen we ze hier niet in detail herhalen.

De stichting acht daarenboven de plaatsing van de windturbines langs de A1:

a) Strijdig met het Rijksbeleid inzake nationale landschappen, het Europese beleid inzake Vogel- en Habitatbescherming en met provinciaal beleid.
b) Strijdig met de Algemene Wet Bestuursrecht artikel 2 en bijgevolg artikel 3.4.

Ad a1) Bij de plaatsing van windturbines dienen de provincies o.a. uit te gaan van de nationale landschappen. De Nota Ruimte (pag. 118) stelt ‘dat binnen nationale landschappen ruimtelijke ontwikkelingen mogelijk zijn, mits de kernkwaliteiten van het landschap worden behouden of worden versterkt. (ja, mits >> regiem)’ en ‘Provincies geven aan welke gebieden zij van landschappelijke en/of cultuurhistorische waarde beschouwen waarbij zij nadrukkelijk het hiervoor vastgestelde beleid in deze nota in acht nemen’ (pag. 167). Het laatste citaat staat in de context van het energiegebruik. De Nota Ruimte (april 2004) heeft door de toevoeging van Arkemheen-Eemland aan de lijst van nationale landschappen in de 5e Nota de beleidscontext van dit gebied sterk veranderd sedert het Ontwerp-streekplan in juli 2003 uitkwam. Voor het nationale landschap Arkemheen-Eemland zijn kernmerkende kernkwaliteiten: extreme openheid, slagenverkaveling en veenweide karakter (Nota Ruimte pag. 124). In een dergelijk landschap zijn nieuwe grootschalige projecten in principe niet toegestaan (pag.118). Een begrenzing van twee windturbinelijnen aan de zuidzijde beperkt de openheid als visuele kwaliteit door de natuurlijke begrenzing van Heuvelrug en Gooi te ‘kleineren’. Bovendien is er een deel van de Eempolders ten zuiden van de A1 gelegen (Zie ook Toetsingscommissie pag. 6 voetnoten 23 en 29) zodat zelfs de grenzen niet geĆ«erbiedigd worden. De plaatsing van windturbines langs de A1 is dus strijdig met het Rijksbeleid inzake het nationale landschap Arkemheen-Eemland, maar ook met ander beleid van onze provincie zelf. Immers ook de provincie wil als hoofddoelstelling voor dit gebied ‘het gave en open karakter’ ervan behouden (Ontwerp-streekplan pag.116). Bovendien wil zij nog de strook tussen de A1 en de Baarnse bebouwing voor woningbouw bestemmen (pag. 121). Dat is echter alleen mogelijk door de windturbines verder in de Eempolder te plaatsen met als gevolg een nog grotere aantasting van de openheid van het gebied.

Ten slotte moet hier worden gewezen op strijdigheid van de plannen met de Europese Vogel- en Habitatrichtlijnen (artikel 6) en de daarop gebaseerde herziene Natuurbeschermingswet (zie ook ad a.2)

Ad a2) De Eempolders hebben als vogelverblijfsgebied internationale betekenis. Zowel ten noorden als ten zuiden van de A1 verblijft namelijk ’s winters de door de Europese Vogelrichtlijn beschermde Kleine Zwaan. Het Ontwerp-streekplan (pag. 116) zegt: ‘De botanisch waardevolle graslanden .………….. zijn ook van belang voor weidevogels, ganzen en wilde zwanen.” Het is een belangrijk vogelbroedgebied. Bovendien wordt ook nog in de polder gefoerageerd door grotere vogels uit de bossen op de heuvelruggrond grond die heen en weer vliegen. Waar de windturbines in de trekroutes van deze vogels komen te staan zullen ze vele slachtoffers maken, hoezeer de Provincie deze vogels ook wil beschermen (Ontwerp-streekplan pagina’s 71/72)

Ad b) In ons bezwaarschrift d.d. 26 januari 2004 hebben wij er voortdurend op gewezen dat “de nodige kennis omtrent relevante feiten en de af te wegen belangen” zoals artikel 3.2 van de Algemene Wet Bestuursrecht die vereist om tot een beslissing te kunnen komen, nog steeds ontbreekt. De Toetsingscommissie heeft deze opvatting bevestigd. In het bijzonder voor de windturbinelijnen Eemnes-Amersfoort ontbreken nadere gegevens ten aanzien van de effecten op broed- en weidevogels, de barriĆØrewerking van de windturbines, de absolute en relatieve aantallen slachtoffers, de cumulatie van geluidseffecten, het effect van eventueel verlichte rotorbladen op landschap en fauna, kortom de gegevens die de ernstige bedenkingen van onze lokale deskundigen en adviseurs zouden ontkrachten. Ons inziens kan een besluit tot opstelling van 12 windturbines langs de A1 de toets door de Raad van State aan artikel 3.2 van de Algemene Wet Bestuursrecht niet doorstaan.
 
   
vorigevolgende
   

terug / index / archief
   
   (c) 2008 Stichting Behoud de Eemvallei