Stichting Behoud de Eemvallei
    contact info
 
Stichting Behoud de Eemvallei
   
 
 
 
 
 
 
 
fijne feestdagen en een gelukkig en gezond 2008

    26-01-2004 
   

Doe mee aan actie tegen windturbines in de Eemvallei

    Kopieer ‘Mijn Bedenkingen’ en mail deze door naar: inspraakstreekplan@provincie-utrecht.nl

De plaatsing van ongeveer 12 windturbines langs de Rijksweg A1 Eemnes/Baarn en Bunschoten/ Amersfoort zullen het mooie en ruimtelijke karakter van het open Eemvallei-landschap ernstig aantasten. Ook zal de vogelstand er zwaar door worden aangeslagen. Door de Provincie Utrecht is al berekend dat er jaarlijks ongeveer 500 vogels door de windturbines gedood zullen worden, om nog maar te zwijgen over het grote aantal gewonde vogels maar tevens zullen vele in de Eemvallei overwinterende vogels worden verstoord.

In december 2003 werd het Ontwerp-Streekplan goedgekeurd waarop nu ‘bezwaar’ (men noemt dit Bedenkingen) kan worden gemaakt tot 16 februari 2004. Dit geldt ook voor het Milieueffect Rapport ‘Grootschalige locaties Windenergie’ (MER).

De stichting ‘Behoud de Eemvallei’ voert actie en vraagt ook aan u ‘Bedenkingen’ in te dienen tegen de plaatsing van windturbines in de Eemvallei. De stichting is verbijsterd over het plan van de provincie Utrecht om deze windturbines op deze locaties in de Eemvallei te willen neerzetten. Er kunnen diverse varianten windturbines worden geplaatst met een totale hoogte variërend van 122,5 m tot 181 m.

De stichting ‘Behoud de Eemvallei’ heeft inmiddels haar ‘Bedenkingen’ (Klik op ‘Bedenkingen stichting’ voor de inhoudelijke tekst) ingediend tegen het plan voor deze windturbines. Uw eigen ‘Mijn Bedenkingen’ kunt onderstaand aanklikken en doormailen naar inspraakstreekplan@provincie-utrecht.nl Als dit u niet lukt dan kunt u even een e-mailtje sturen naar info@eemvallei.nl waarna de stichting er voor zorgt dat u direct een e-mail met betreffende tekst krijgt toegestuurd.

De inspraakperiode loopt van 20 januari t/m 16 februari 2004. U mag uw ‘Bedenkingen’ ook uiterlijk donderdag 12 februari bezorgen bij het secretariaat van de stichting ‘Behoud de Eemvallei’, p/a De Gondel 4, 3742 GM Baarn of De Botter 31 3742 GC Baarn. De stichting zorgt dan voor tijdige doorzending naar de provincie Utrecht.

Bedenkingen stichting

Statengriffier van de provincie Utrecht
(Bedenkingen Ontwerp-Streekplan en MER)
Postbus 80300
3508 TH Utrecht

Datum: 26 januari 2004

Onderwerp: Bedenkingen (nr 1) Ontwerp-Streekplan en MER
Provincie Utrecht
Geachte Statengriffier,

Het bestuur van de stichting ‘Behoud de Eemvallei’ - hierna te noemen stichting - heeft met betrekking tot het Ontwerp-Streekplan van de provincie Utrecht de navolgende bedenkingen, met name betrekking hebbend op de locaties A1 Eemnes/Baarn en Bunschoten/Amersfoort voor windenergie, alsmede de Milieu Effect Rapportage (MER) ten aanzien van voornoemde locaties.

Bedenkingen MER, locaties A1/ Eemnes/Baarn en Bunschoten/Amersfoort

Naar aanleiding van opmerkingen ten aanzien van de Startnotitie MER voor grootschalige locaties voor windenergie is een commentaarnota opgesteld. De startnotitie tezamen met de toezeggingen vanuit de commentaarnota vormen het kader van onderzoek van de MER.

I. Bedenkingen tegen de wijze van uitvoering van de MER

Ons standpunt is dat de onderstaande punten, die wel via Startnotitie en commentaarnota het toegezegde kader van onderzoek zouden moeten vormen, niet of onvoldoende zijn meegenomen in de MER-afweging.

In de commentaarnota op de Startnotitie voor een MER wordt aangegeven dat :

1. De invloed op de grenzen van de stiltegebieden door plaatsing van windturbines wordt meegenomen in de MER. In de MER studie wordt daarin echter niet of nauwelijks op ingegaan. Benoemd had moeten worden dat de opstelling van turbines tot gevolg heeft dat de begrenzing van het stiltegebieden in het Eemland feitelijk (qua beleving) als formeel gewijzigd wordt. De omvang van het gebied neemt daarmee af.

2. Ingegaan zou worden op de botsingskansen in relatie tot aantallen vogels, nachtelijke vlieghoogte, vlieglijnen, oriëntatie windturbines en grootte rotoroppervlak. Hierop wordt wel ingegaan, maar tevens wordt vermeld dat er slechts grove of summiere gegevens voorhanden zijn en dat nadere gegevens binnenkort beschikbaar komen. Dat vormt geen solide basis voor een zorgvuldige afweging.

3. In de MER aan de hand van de rust-, broed- en fourageergebieden in relatie tot aantallen vogels zal worden bepaald in hoeverre verstoring optreedt. Hiervoor geldt hetzelfde als hiervoor onder 2 genoemd. Er zijn slechts summiere, grove gegevens voorhanden.

4. Toetsing zal plaatsvinden aan het vigerende beleidskader. De vigerende beleidsnota visie Regionale Groenstructuur Eemland & Vallei 1997 van het Gewest Eemland had daarbij ook moeten worden betrokken. (zie verder ook onder II, bedenking 2.)

5. Met cumulatieve effecten en toekomstige ontwikkelingen zal rekening worden gehouden. In de MER is niet ingegaan op cumulatieve effecten van de plaatsing van windturbines. Zo is eerder aangegeven dat het in de nacht donkere Eemland (Eemvallei) sinds 10 jaar wordt doorbroken door verlichting van de snelweg. De A1 wordt in de toekomst verbreed. De toename van wegverkeer veroorzaakt extra geluidemissie. Extra windturbines (op 140 meter afstand van de A1) zorgen voor extra geluid, maar indien deze verlicht zouden worden bijvoorbeeld om vogels af te schrikken (ter voorkoming van botsingen), zorgen deze ook weer voor extra licht in het nachtelijk nog donkere gebied! Ook de effecten van cumulatie van geluid van het wegverkeer, de rotorbladen, als ook in het geval de locatie A1/Eemnes/Baarn de hoogteverschillen in Baarn (Baarn ligt tegen een heuvel van 30 meter hoogte) zijn niet meegenomen.

De conclusie is, gelet op het vorenstaande, dat de MER niet zorgvuldig en niet volledig is uitgevoerd binnen de daarvoor gestelde kaders (Startnotitie en toezeggingen in commentaarnota), en daarmee niet voldoet aan de kwaliteitseisen die mogen worden verwacht om een verantwoorde, zorgvuldige en zo volledig mogelijke afweging van belangen te maken. De MER zoals die thans voorligt kan en mag juridisch derhalve niet als basis dienen voor verdere besluitvorming.

II. Bedenkingen tegen de inhoud van de MER

1. In paragraaf 3.3.7 wordt gemeld dat het initiatief voldoet aan het ruimtelijk beleid van de rijksoverheid omdat hierin de voorkeur wordt uitgesproken voor plaatsing langs infrastructuur en op bedrijventerreinen. Dit is niet juist of op z’n minst onvolledig. Immers de rijksoverheid heeft expliciet aangegeven ook te streven naar het open houden van het open landschap. (zie voor een toelichting hetgeen is verwoord onder ‘Strijd met rijksbeleid’ bij de bedenkingen tegen het Ontwerp-Streekplan

2. Paragraaf 3.5.5. meldt wel de visie buitengebied Eem & Vallei 2002, maar niet de nota Visie Regionale Groenstructuur Eemland & Vallei 1997. De nota uit 2002 ziet primair op gebruiksfuncties in het landelijke gebied. De nota uit 1998 benoemt het landschappelijke streefbeeld en is (mede om die reden) nog geldend te achten en dus vigerend beleid. De nota uit 1997 is een meer specifieke gebiedgerichte nota waarin de beleidsrichting ten aanzien van na te streven structuren in het Eemland (Eemvallei) is aangegeven. In samenwerking met de gemeente Amersfoort en het ministerie van LNV heeft u in 1997 opdracht verleend om een visie op te stellen voor de stadsgewestelijke groenstructuur van Amersfoort. Aanleiding daarvoor vormde de overeenkomst voor de VINEX bouwlocaties 1996, waarin is overeengekomen dat de provincie het initiatief zou nemen voor het opstellen van deze visie en daarbij de ruimtelijke ontwikkelingen vanaf 2005 te betrekken - en de recreatieschappen - en pleit voor het behoud en de ontwikkeling van grote landschappelijke structuren. Deze visie genaamd ‘Visie Regionale Groenstructuur Eemland & Vallei (1997) is tot stand gekomen in samenspraak met de betrokken overheden (ministerie, gemeenten en recreatie- en waterschap) en pleit voor het behoud en de ontwikkeling van grote landschappelijke structuren.

3. Paragraaf 4.3.4. meldt dat “in deze MER is uitgegaan van een as-hoogte van 80 meter, een rotordiameter van circa 80 meter en een vermogen van 2 MW.” Dit is onbegrijpelijk, want in de MER worden verschillende alternatieven en as-hoogtes in de overweging betrokken. Is bij de uiteindelijke beoordeling dus uitgegaan van de versie van 80 meter hoogte ? (zoals de tekst hier suggereert)

4. In paragraaf 6.2.2. wordt aangegeven dat “de ernst van het gebrek aan info over het voorkomen van broedvogels in de nabije omgeving gezien het matige effect van de turbines op broedvogels niet groot is. ”Dit is een kwalificatie die niet is gemotiveerd en ook nergens op is gebaseerd. Dit zal dan nader moeten worden gemotiveerd.

5. In paragraaf 6.2.2. wordt verder aangegeven dat “ er van wordt uitgegaan dat windturbines zo ver van elkaar liggen dat barrièrewerking nauwelijks een rol speelt”. In de navolgende zin wordt echter aangegeven: “de aanname is gebaseerd op onderzoek bij windturbines van ca 50 meter hoogte“. Op basis van deze laatste zin kan niet de inhoudelijke conclusie in de eerstgenoemde zin worden getrokken!

6. In paragraaf 5.2.5. wordt vermeld dat alleen bij het basisalternatief sprake is van een toename van de geluidbelasting. Dit is onjuist ! In bijna alle gevallen is er een toename van de geluidbelasting! Zeker indien ook de pal ten zuiden op 200 meter (!) van de gedachte lijnopstelling te Baarn geplande nieuwbouwwijk in de metingen zou worden betrokken (hetgeen zoals in de MER gemeld, niet is gebeurd). Zeker ook indien de verschillen in hoogte in Baarn bij de metingen zou worden betrokken (hetgeen, zoals in de MER gemeld, niet is gebeurd). Baarn ligt tegen de glooiing van de Utrechtse Heuvelrug, met hoogteverschil van ruim 30 meter.

7. In paragraaf 5.2.4. wordt als beoordeling vermeld dat de lijnopstelling met een strakke lijnvoering een grote ruimtelijke kwaliteit heeft. Dit is een afweging van kwaliteit bezien vanuit de beleving van de windturbines. Dat is een eenzijdige afweging, want de ruimtelijke kwaliteit wordt ook bepaald door de ervaring van het totale landschap zoals dat vanuit het landschap zelf wordt ervaren. De open landschappen zullen gevoelsmatig worden begrensd. De conclusie is daarmee niet op basis van een algehele beschouwing van de ruimtelijke kwaliteit.

8. “Het mitigeren van aanvaringsrisico ’s nachts is door middel van goede zichtbaarheid verlichting rotorbladen mogelijk ”. Dit versterkt het eerder genoemde cumulatief effect (verlichting, extra rijstrook, beplanting). Dat moet dan wel benoemd, onderkend en afgewogen worden.

9. “Met de beschikbare gegevens konden de effecten voor de woninguitbreiding Baarn noord niet worden onderzocht. Door middel van mitigerende maatregelen is de verwachting dat er geen werkelijke belemmeringen zullen zijn”. Aldaar is niet aangegeven aan welke mitigerende maatregelen men in dat geval denkt. Het effect van mitigering kan dan niet worden beoordeeld. De conclusie is daarmee dus prematuur. Zeker indien de volgende zin daarna luidt: “Het is wel van belang dat de mogelijke effecten worden onderzocht alvorens tot de bouw over te gaan.”

10. Er heeft geen of te beperkte weging van Flora/Fauna in het kader van de Flora- en Faunawet plaatsgevonden. In de MER zelf wordt gemeld dat de gegevens daarover summier zijn. Er zijn geen actuele inventarisatie en telgegevens van dieren en plantensoorten die voorkomen in de strook alwaar thans de lijnopstellingen zijn gedacht.

11. “Het opschuiven van de lijnopstelling Eemnes/Baarn met 100 meter naar het noorden heeft geen significant nadelige effecten voor de aanwezige vogels”(p. 13). Dit is een bewering die niet kan worden geconcludeerd op basis van gegevens vanuit de MER of anderszins. Eerder is immers al aangegeven dat geen exacte recente gegevens bekend zijn. Er moet ten minste worden geconcludeerd dat daarmee waarden van landschap en dieren meer onder druk komen te staan.

12. Ten noorden van en nabij de Rijksweg A1 ligt in de bodem een grote gasleiding. De gevaren van plaatsing van windturbines nabij deze leiding is nog niet in het MER onderzocht.

13. Uit het MER is gebleken dat er op jaarbasis door de windturbines circa 500 vogels zullen omkomen maar de stichting vermoed dat dit eigenlijke aantal nog groter is doordat de windturbines in de Eemvallei dichtbij de aanvliegroutes van fourageergebieden zijn gepland. Om maar één voorbeeld er uit te lichten. De alhier overwinterende ‘kleine zwanensoort’ houdt zich overdag in het Randmeer ten noorden van Eemnes op, maar ‘s avonds vliegt zij terug naar haar fourageergebied in de Eemvallei, ten zuiden van de geplande windturbinelijn. Dit fourageergebied wordt ook gebruikt voor vele soorten ganzen (grote aantallen) die zich ook in de Eemvallei verplaatsen.Tevens blijkt uit het MER dat het aantal gewonde vogels vele malen groter is dan het voornoemde aantal en de stichting vraagt zich af of er geen zorgplicht is voor deze gewonde dieren. De stichting attendeert u in verband hiermee op de Flora- en Faunawet welke duidelijk aangeeft dat het verboden is om het woon- en leefgebied (habitat) van beschermde vogels te verstoren. Het is ons inziens verboden om windturbines zonder ontheffing van de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselveiligheid in de Eemvallei (vogelgebied) te plaatsen.

14. Wat betreft de slagschaduw van de windturbines heeft de stichting haar bedenkingen. De MER heeft namelijk de effecten hiervan op de vogelstand nog niet onderzocht. De provincie laat dit kennelijk aan de projectontwikkelaars van de windturbines over die op een later tijdstip met deze problemen worden geconfronteerd.

15. De geluidsoverlast van de grote windturbines zijn in de praktijk nooit uitgetest en cijfermateriaal daarover is slechts een aanname. Tijdens een op 15 januari 2004 te Bunschoten door de provincie Utrecht georganiseerde informatieavond over windturbines werd door de Provincie Utrecht gesproken over windturbines met een as-hoogte van 85 meter terwijl in het Ontwerp-Streekplan over een as-hoogte van 124 meter wordt gesproken.

Windturbines Basisvariant (1) met een as-hoogte van 85 m, hebben inclusief de rotorbladen een feitelijke hoogte van 122,5 m; Windturbines, Variant 1 (2) met een as-hoogte van 95 m, hebben inclusief de rotorbladen een feitelijke hoogte van 140 m; Windturbines, Variant 2 (3) met een as-hoogte van 124 m, hebben inclusief de rotorbladen een feitelijke hoogte van 181 m. 16. In het Windplan is veel te veel, namelijk 261 Megawatt aan windturbineruimte voorgesteld terwijl de provincie maar 50 Megawatt hoeft te behalen. Een berekening (uitgaande van variant 2) van de stichting over de te halen hoeveelheid windenergie is als volgt:

a) Bij de locatie langs het Amsterdam-Rijnkanaal, tussen Houten en Wijk bij Duurstede zou met een plaatsing van twee lijnen met 9 turbines reeds 81 Megawatt worden opgewerkt.
b) Bij de locatie langs de A2 ten zuiden van Abcoude zou met plaatsing van een lijn met acht turbines 36 Megawatt worden opgewekt.
c) Bij een serie korte lijnen langs de A12 bij Harmelen en Woerden zou met 3 maal 4 turbines 54 Megawatt worden opgewekt.
d) Bij een serie langs de A1 ten noorden van Baarn en van Amersfoort zou met 2 maal 6 turbines 54 Megawatt worden opgewekt.
e) Bij een serie korte lijnen langs de A2 ter hoogte van Breukelen zou met 2 maal 4 turbines 36 Megawatt worden opgewekt.
f) In totaal betekent dit een opwekking van 261 Megawatt terwijl in De Bestuursovereenkomst Landelijke Ontwikkeling Windenergie (BLOW) de provincie Utrecht is overeengekomen om in 2010 een bijdrage van 50 Megawatt te leveren.

17. In de MER staan een groot aantal kwalificaties die pleiten tegen de voornoemde locaties in Eemland (Eemvallei), te weten:

a) Zo wordt aangegeven “de opstelling Bunschoten/Amersfoort doorbreekt de openheid van de Eemvallei”
b) Vanuit het beschreven beleid wordt op alle niveaus de wens tot behoud van openheid bepleit
c) Tevens wordt gemeld: “Grote aantallen vogels bewegen zich tussen slaapplaatsen en fourageergebieden”
d) Er doet zich in alle gevallen een (veiligheids)probleem voor met de ter plaatse aanwezige hoofdgasleiding. In overleg met leidingbeheerder zou tot dure oplossingen moeten worden gekomen.
e) Er is in alle gevallen een toename van de geluidbelasting voor meerdere woningen.

Dat brengt de vraag naar voren of de (af)weging van belangen wel voldoende zorgvuldig is geweest. Aan de hand van een beperkt aantal parameters wordt een weging van lijn-alternatieven gemaakt en worden locaties naast elkaar gelegd met plussen en minnen, zonder dat een richtinggevende keuze wordt geadviseerd.

Er is geen goed gemotiveerde weging in de uiteindelijke volgordebepaling. De 'overcapaciteit MW' heeft daarin geen significante rol in de afweging van locaties gespeeld.

De conclusie is gelet op het vorenstaande dat de MER niet zorgvuldig en niet volledig is uitgevoerd binnen de daarvoor gestelde kaders (startnotitie en toezeggingen in commentaarnota), en daarmee niet voldoet aan de kwaliteitseisen die mogen worden verwacht om tot een verantwoorde, zo zorgvuldig en volledig mogelijke afweging van belangen te maken. De MER zoals die thans voorligt kan derhalve niet als basis dienen voor verdere besluitvorming.

Bedenkingen tegen het Ontwerp-Streekplan

Betreffende de locaties voor windturbines A1 Eemnes/Baarn en Bunschoten/Amersfoort

Strijd met het Rijksbeleid

Uit de 5e Nota Ruimtelijke Ordening (concept-2002), welke weliswaar wordt opgevolgd door de Nota Ruimte, maar die toch in grote lijnen als verwoording kan worden gezien van het voorgenomen Rijksbeleid, stelt de stichting ten aanzien van de Eemvallei, de volgende kwalificaties vast.

In het kader van de cultuurhistorische waarden is de Polder Arkemheen en het gebied ten Oosten van Nijkerk (nabij Putten/Ermelo) aangewezen als ‘Belvedèregebieden’. De Eemvallei ligt op de rand van de nog nader te bepalen grens van het Groene Hart.

De Eemvallei is specifiek aangeduid als een ‘zeer open gebied’. De gebieden ten noorden van Eemnes en polder Arkemheen aangrenzend aan het Randmeer maken onderdeel uit van Vogelrichtlijngebieden. Het gebied ten noorden van Eemnes, de polders ten noorden van Soest, en polder Arkemheen, vormen tevens ‘de bruto begrenzing van de Ecologische Hoofdstructuur’ (o.a. Veluwe en Utrechtse Heuvelrug). De Eemvallei bevindt zich in een gebied dat is aangewezen als ‘verbeteren ruimtelijke kwaliteit concentratie gebieden intensieve veehouderij (transformeren, verbeteren landschap en leefbaarheid). De in of aan de rand van de Eemvallei gelegen plaatsen liggen in een gebied dat is aangeduid als te beschermen en ontwikkelen (bijzondere kwaliteiten), natuur, landschap en cultuurhistorie. Er is niet voorzien in de uitbreiding van bebouwd gebied met rode contouren. De Eemvallei is aangeduid als te ‘vernatten/flexibel peilbeheer’. Een brede strook van 10 km breedte welke parallel loopt met het Randmeer wordt aangeduid als ‘te ontwikkelen natuur en recreatie’. Op kaartbeeld 89 is het gebied ten noorden van Baarn en nabij Bunschoten aangeduid als gebied met grote capaciteit binnen indicatieve zoekruimte van retentiepolders en beekdalen.

Deze kwalificaties bieden goede aanknopingspunten voor een op kwaliteit gericht beleid.

Wij zijn van mening dat het voornemen om tot plaatsing van windturbines in Eemland (Eemvallei) over te gaan in strijd moeten worden geacht met de 5e Nota omdat de hierin omschreven waarden van het gebied ernstig zullen worden verstoord. Hierin is immers ook aangegeven dat vermeden moet worden dat open gebieden door de plaatsing van windturbines virtueel omheind worden. Tevens is hierin de opdracht aan provincies verwoord om te komen tot een aanduiding (en daarmee bescherming) van waardevolle open ruimte, i.c. de Eemvallei.

Strijd met het provinciaal beleid zoals verwoord in het Ontwerp-Streekplan

1. Strijd met beleid ten aanzien van stiltegebieden; het is immers beleid om er voor te zorgen dat er gebieden zijn waar mensen stilte kunnen ervaren (zie tekst p. 63 van het Ontwerp-Streekplan). De plaatsing van lijnopstellingen van windturbines vlak langs de grens van het stiltegebied in de Eempolder (Eemvallei) doet stiltegebieden juist kleiner worden.

2. Strijd met ontwikkelingsgerichte landschapsstrategie waarin o.a. is bepaald dat het behouden en versterken van de identiteit van de verschillende landschapstypen als doel geldt. (p. 64). De identiteit van het Eemland (Eemvallei) is (terecht) uitdrukkelijk in het Ontwerp-Streekplan beschreven als uniek waardevol open landschap dat behouden dient te worden. Lijnopstellingen van windturbines zorgen onherroepelijk voor wandvorming en doorbreking van openheid en doen afbreuk aan het open karakter.

3. Strijd met beleid ten aanzien van ecologische waarden buiten de Ecologische Hoofd Structuur (EHS), waarin is bepaald dat “met name gebieden buiten de EHS, waar sprake is van geconcentreerde actuele natuurwaarden, men deze waarden in stand wil houden en waar mogelijk te versterken. Voor de weidevogels en wintergasten zijn openheid en rust van belang.” (p. 67) Lijnopstellingen van windturbines in het Eemland (Eemvallei) verstoren die openheid en rust. Dat wordt ook in de MER aangegeven.

4. Bij de locatiekeuze moet rekening worden gehouden met planten en diersoorten uit de Flora- en Faunawet (p. 67). In de MER is slechts in zeer beperkte mate op deze materie ingegaan. Aangegeven is dat er slechts summiere en niet altijd actuele inventarisatiegegevens beschikbaar waren. De locaties voor de lijnopstellingen langs de A1 Eemnes/Baarn en Bunschoten/Amersfoort (op 140 meter van de snelweg) zijn niet actueel geïnventariseerd. Bij de locatiekeuze zoals die nu tot uitdrukking komt in de Concrete Beleidsbeslissing is dit aspect derhalve niet of nauwelijks als afwegingscomponent benoemd.

In verband hiermee attendeert de stichting u op de Flora- en Faunawet welke daarover helder is. Het is namelijk verboden om het woon- en leefgebied (habitat) van beschermde vogels te verstoren. Het is ons inziens daarom verboden om windturbines zonder een Flora- en Faunawetontheffing van de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselveiligheid in het vogelrijke gebied van de Eemvallei te plaatsen.

In verband met het voorgaande stelt de stichting dat windturbines, de vliegroutes van vogels zullen verstoren omdat het gebied als vogelrijk is aangewezen. De stichting meent dat daarin te weinig onderzoek is verricht en daarmee te weinig rekening is gehouden

De stichting verwijst derhalve naar artikel 4 lid 1 b van de Flora- en Faunawet dat luidt: ‘Als beschermde inheemse diersoorten worden aangemerkt: alle van nature op het Europese grondgebied van de Lidstaten van de Europese Unie voorkomende soorten vogels met uitzondering van gedomesticeerde vogels behorende tot bij algemene maatregel van bestuur aangewezen soorten’.

Tevens verwijst de stichting u naar artikel 9 van de Flora- en Faunawet: ‘Het is verboden dieren, behorende tot een beschermde inheemse diersoort, te doden, te verwonden, te vangen, te bemachtigen of met het oog daarop op te sporen’. Dit betekent dat alle in de Eemvallei voorkomende soorten vogels die voldoen aan het bovengestelde, aanspraak hebben op een wettelijke bescherming van de Flora- en Faunawet en daarom mogen en kunnen er geen windturbines in de Eemvallei worden neergezet. Het Ontwerp-Streekplan is derhalve in strijd met de Flora- en Faunawet die volledige bescherming aan de aan u bekende vogelsoorten die in Eemland (Eemvallei) voorkomen, biedt.

Zelfs artikel 10 van de Flora- en Faunawet geeft aan dat het verboden is om dieren, behorende tot een beschermde inheemse diersoort, opzettelijk te verontrusten. De plaatsing van windturbines zullen deze vogelsoorten onvermijdelijk opzettelijk verontrusten hetgeen de provincie Utrecht reeds zelf in haar MER aangaf.

5. Behoud van gave, open karakter van het gebied (p. 110). Voorkomen dat de historische, ecologische en landschappelijke relaties tussen gewest Eemland en het Gelderse Arkemheen wordt verbroken (p.110)
De lijnopstellingen tasten het gave, open karakter van het gebied aan. De lijnopstelling A1/Bunschoten/Amersfoort zorgt tevens voor een visuele verbreking van de open-relatie Eemland (Eemvallei) en Arkemheen.

6. Eemland (Eemvallei) is aangeduid als:

a) goede tot zeer goede weide- en vogelgebieden
b) wintergastgebieden
c) botanische/faunistisch waardevolle gebieden (kaart 7.5.)

In de MER wordt aangegeven dat in ieder geval de lijnopstelling A1/Bunschoten/Amersfoort een belemmering zal vormen voor de vogels, maar dat nog geen goede gegevens voorhanden zijn ten aanzien van o.a. aantallen, route en hoogte van de trekkende vogels. In de MER wordt aangegeven dat de ernst van deze leemten relatief groot is. Bij de lijnopstelling A1/Baarn speelt dat het vorenstaande ook geldt als de opstelling 100 meter wordt verschoven, verder het vogelrijke weidegebied in. Ook hier is trouwens aangegeven dat niet alle gegevens beschikbaar waren op moment van beschrijving De waarden worden door de lijnopstellingen op z'n minst bedreigd. 7. Ten slotte vermeldt de stichting dat het voornemen tot plaatsing van windturbines in de Eemvallei niet spoort met het provinciale interim-beleid 2001 voor windturbines waarin is aangegeven dat er geen onevenredige aantasting van waardevolle open ruimten mag plaatsvinden.

Strijd met regionaal beleid

Gewest Eemland streeft blijkens de nota's Visie buitengebied Eem & Vallei 2002 en Visie Regionale Groenstructuur Eemland & Vallei 1997 naar behoud van het open karakter van de Eemvallei. In de MER staat echter uitdrukkelijk aangegeven dat die openheid zeker in het geval van de locatie A1/Bunschoten geweld wordt aangedaan.

Strijd met motiverings en zorgvuldigheidbeginsel

De Concrete beleidsbeslissing ten aanzien van windturbines

De standpunten in de concrete beleidsbeslissing zijn niet zelf gemotiveerd. Er wordt zonder verdere eigen afweging slechts verwezen naar andere rapporten. In die andere rapporten vindt echter geen expliciete weging van feiten en omstandigheden plaats en wordt geen uitspraak gedaan over de keuzevolgorde van locaties en de noodzaak (gelet op de overproductie ten opzichte van de doelstelling). Dat brengt de vraag naar voren of de (af)weging van alle belangen wel voldoende zorgvuldig is geweest. Aan de hand van een beperkt aantal parameters wordt in de MER een weging van lijn-alternatieven gemaakt en worden locaties naast elkaar gelegd met plussen en minnen, zonder dat richtinggevende keuzes worden geadviseerd. Er is daarmee geen goed gemotiveerde weging in de uiteindelijke volgordebepaling. De 'overcapaciteit MW' heeft daarin geen significante rol in de afweging van locaties gespeeld.

Wordt met het aantal turbines A1/Eemnes/Baarn nu dus toch de cultuurhistorische zichtlijn richting Eemnes doorsneden?

De motivering voor verschuiving van de lijnopstelling met 100 meter van de locatie A1/Bunschoten is niet aangegeven.

De motivering voor het toestaan van een as-hoogte van 100-120 m en een gelijkluidende rotordiameter is niet aangegeven. De MER heeft geen evaluatie van dit type in relatie tot de verschoven locatie A1 Baarn en Bunschoten gedaan!

De financieel/economische uitvoering is niet verzekerd omdat de onmiskenbaar noodzakelijke (plan)schadetoerekening niet is geregeld. Bovendien zijn de benodigde gronden niet alle reeds in eigendom van ontwikkelaars. De stelling “de realisering van locaties heeft voor ons geen directe financiële gevolgen” is daarmee te prematuur en derhalve onjuist.

Tenslotte

Het kan en mag niet zo zijn dat redenerend vanuit de (specifieke) doelstelling om te komen tot een substantiële bijdrage aan duurzame energie via windenergie, het algemene belang van behoud van natuur en landschap en een aantrekkelijk leefmilieu zo aan de rand van het stedelijk gebied, uit het oog wordt verloren. De stichting is niet tegen windenergie, maar de negatieve gevolgen van de grote windturbines in dit kwetsbare natuur- en cultuurhistorische open landschappelijk gebied zijn zonder meer te groot!

Reeds nu zijn de ten noorden van de Eempolders (Eemvallei) geplaatste windturbines horizonvervuilend. Wanneer men de zuidgrens langs de A1 op deze wijze ook gaat markeren wordt afgedaan aan de nu vanuit de Eemvallei juist goed zichtbare overgang van de hogere gronden. Ook voor de belangrijke weidevogelfuncties van het gebied dat tot aan de beoogde turbinelijn reikt, is dit een regelrechte bedreiging.

Derhalve zal de reservering van ruimte voor windturbines en plaatsing daarvan, in strijd moeten worden geacht met het beleid om te komen tot waarborging van de openheid van het Eemlandschap (Eemvallei) en het streven naar kwalitatief verantwoorde leef- en woonomgeving van mensen en fauna. Het gebied ten noorden van de A1 wordt gekenmerkt als fourageergebied van diverse vogelsoorten.

De provincie meent dat er voldoende afstand is tussen de windturbinelijn en het stiltegebied maar de stichting is van mening dat dit een onjuiste stelling is omdat de geluidsoverlast die door windturbines zullen worden veroorzaakt, de stilte in het stiltegebied onherroepelijk zullen aantasten.

De stichting ‘Behoud de Eemvallei’ vertrouwt erop dat het gezonde verstand zal zegevieren en dat u de wijsheid en de moed zal hebben om deze twee windturbinelocaties in de Eemvallei te schrappen!

Een kopie van de bedenkingen van de stichting is ter kennisneming gestuurd aan de gedeputeerden en de Provinciale Staten van de provincie Utrecht, de burgemeester en wethouders en de gemeenteraden van Amersfoort, Baarn, Bunschoten, Eemnes, en Soest, het bestuur van het Waterschap Vallei & Eem alsmede naar de Ministers van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeleid en van Landbouw, Natuur en Voedselveiligheid.

Hoogachtend,

J. Hoogerheijde C.V. Koolmees

Voorzitter Secretaris

Adviseurs:
Prof. Dr. G.A. Hoekveld (sociaal-geograaf)
Dr. R.A. Samson (bioloog)
Mr. R. ter Woord (milieukundige)
MSc H. Top (milieudeskundige)
Mr. H.J. van Uchelen (jurist)
Dr. A.C.M. Weijman (organisatie-adviseur / bioloog)
Mr. J.A.M Stalenhoef (advocaat)
Drs. M. Hofman, sociaal-geograaf (Eemvallei-deskundige)

Ingeschreven bij de Kamer van Koophandel Gooi- en Eemland onder nr. 32079571

Mijn bedenkingen

Kopieer ‘Mijn Bedenkingen’ en mail deze door naar: inspraakstreekplan@provincie-utrecht.nl

Statengriffier van de provincie Utrecht

Datum: ................................................ 2004

Onderwerp: Bedenkingen Ontwerp-Streekplan en MER, Provincie Utrecht

Geachte Statengriffier,

Ik heb bedenkingen tegen de locaties voor windturbines langs de A1 Eemnes/Baarn en de A1 Bunschoten/ Amersfoort, genoemd in het Ontwerp-Streekplan van de provincie Utrecht alsmede tegen de Milieu Effect Rapportage (MER) ten aanzien van voornoemde locaties.

De zeer hoge windturbines (ongeveer 12 stuks) in de onderstaande varianten zullen het waardevolle open landschap van de Eemvallei in ernstige mate aantasten.

* Basisvariant 1 met een as-hoogte van 85 m, incl. rotorbladen 122.5 m;
* Variant 2 met een as-hoogte van 95 m, incl rotorbladen 140 m;
* Variant 3 met een as-hoogte van 124 m, incl. rotorbladen 181m.

Uit het MER is gebleken dat er op jaarlijks door de windturbines circa 500 beschermde vogels zullen worden gedood. In verband hiermee attendeer ik u op de Flora- en Faunawet welke daarover helder is: het is namelijk verboden om het woon- en leefgebied (habitat) van beschermde vogels te verstoren. In verband daarmee stel ik dat windturbines de vliegroutes van vogels zullen verstoren omdat het gebied als vogelrijk is aangewezen. Ik meen dat daarin te weinig onderzoek is verricht en daarmee te weinig rekening is gehouden.

Tevens verwijs ik u naar artikel 9 van de Flora- en Faunawet waarin staat dat het verboden is om dieren, behorende tot een beschermde inheemse diersoort, te doden of te verwonden. Dit betekent dat deze vogels aanspraak hebben op een wettelijke bescherming van de Flora- en Faunawet en daarom mogen en kunnen er geen windturbines in de Eemvallei worden neergezet. Het Ontwerp-Streekplan is derhalve in strijd met de Flora- en Faunawet die volledige bescherming biedt aan de vele vogelsoorten die Eemland (Eemvallei) voorkomen.

Het artikel 10 van de Flora- en Faunawet geeft zelfs aan dat het verboden is om dieren, behorende tot een beschermde inheemse diersoort, opzettelijk te verontrusten. De plaatsing van windturbines in de Eemvallei zullen deze vogelsoorten onvermijdelijk opzettelijk verontrusten hetgeen de provincie Utrecht reeds zelf in haar MER aangaf.

Tevens zullen de windturbines zorgen voor geluidoverlast waarvan vele bewoners dag en nacht onnodige overlast gaan ondervinden.

Voor een nadering motivering van mijn bedenkingen over het Ontwerp-Streekplan en de MER verwijs ik u naar de Bedenkingen nr 1 van Ontwerp-Streekplan en de MER van de stichting ‘Behoud de Eemvallei’ d.d. 26 januari 2004 die ik onderschrijf en waarvan ik vind dat deze deel uitmaakt van mijn bedenkingen.

Ik vertrouw erop dat het gezonde verstand zal zegevieren en dat de provincie Utrecht de wijsheid en moed zal hebben om deze twee locaties te schrappen!

Hoogachtend,

Naam:...................................................................

Adres : ..................................................................

Postcode: .............................................................

Plaats: .............................................................

Kopieer ‘Mijn Bedenkingen’ en mail deze door naar: inspraakstreekplan@provincie-utrecht.nl
 
   
vorigevolgende
   

terug / index / archief
   
   (c) 2008 Stichting Behoud de Eemvallei